Overgang, herkansingen en examens

Slagingspercentage schooljaar 2018

Het overzicht van het slagingspercentage van afgelopen schooljaar ziet er als volgt uit:

mavo/vmbo 69,1% geslaagd
havo (nieuw onderwijsmodel) 94,1% geslaagd
havo (oud onderwijsmodel) 75% geslaagd
vwo 94,7% geslaagd

 

 

Herkansings- en inhaalbeleid

Aangepast aan de trimesterindeling


A. Herkansingsbeleid


a. Periodes
Periodeproefwerken.
Een onvoldoende periodeproefwerk (bij 2 beoordelingen: onvoldoende op het laagste niveau) kan één maal herkanst worden binnen 2 weken na correctie.


Het periodeschrift
Het periodeschrift/verslag dient op de laatste dag van de periode ingeleverd te worden. Niet ingeleverde schriften worden beoordeeld met een 1. Dat geldt ook voor werkstukken, schriftelijke opdrachten en verslagen. Het periodeschrift/ verslag kan niet worden herkanst.


b. Vaklessen


Schriftelijke overhoringen (S.O.)
Een S.O. kan niet worden herkanst.


Proefwerken
Per trimester kan per vak één proefwerk herkanst worden binnen 4 weken na correctie. Omdat het aantal gegeven proefwerken per vak verschilt, kunnen er vakspecifieke regelingen getroffen worden.
Zo’n aanpassing is alleen geldig wanneer deze in de studiewijzer of pta is aangegeven.


Minimum hoeveelheid toetsen:
Uitgangspunt is dat per trimester minimaal één toets en twee overhoringen, of twee toetsen van formaat (ca. één lesuur), moeten worden afgenomen.


Kunstvakken en ambachtelijke vakken.
Er is altijd voldoende tijd om het minimum aantal geëiste opdrachten af te hebben. Leerlingen die lessen hebben gemist, maken alleen die opdrachten die nodig zijn om een voldoende te halen. Wanneer leerlingen hun werk niet af hebben, wordt het werk beoordeeld met een onvoldoende.


B. Inhaalbeleid


Periodes
Een leerling die veel gemist heeft moet gewoon het proefwerk maken. Daarvoor krijgt hij/zij een kopie van de gemiste stof. Wanneer een leerling een substantieel aantal lessen afwezig was, wordt een vervangende opdracht opgesteld.

De algemene overgangsregeling (m.u.v. de PT-stroom)

De algemene overgangsregeling (m.u.v. de PT-stroom)

Cijfers:

  • Klas 7 t/m 9: bij vakken waarin cijfers op twee niveaus worden gegeven, wordt de overgang bepaald op grond van de cijfers op het lagere niveau.
    Overige klassen: cijfers op 1 niveau


Vakken:

  • Periodes: hooguit 2 periodes onvoldoende (< 5,5)
  • Theoretische vaklessen: hooguit 2 vakken onvoldoende (< 5,5)
  • Vaklessen in de kernvakken (Nederlands, Engels, eventueel wiskunde): niet onder de 5,0; hooguit 1 vak onder 6,0
  • De rekenvaardigheden moeten bij de overgang naar het eindexamenjaar perspectief bieden om de rekentoets voldoende te kunnen maken (voorlopig alleen voor vwo)
  • Kunst- en bewegingsvakken: hooguit 1 vak onvoldoende
    NB: Als een leerling, ondanks goede inzet, door onvermogen meer onvoldoendes haalt dan het hier vastgestelde maximum, kan de vergadering besluiten deze leerling toch over te laten gaan.

Voor de overgang van klas 10m/h naar klas 11-h4 geldt tevens:

  • Het mavo-diploma is behaald met een gemiddelde van minimaal 6,5.
  • Bij een extra CE-vak mag dit vak buiten beschouwing worden gelaten bij het berekenen van het gemiddelde.
  • Voor een overgang met de optie opstroom naar vwo geldt tevens: het mavo-examen is in 7 vakken afgelegd en voor de rekentoets op 2F-niveau is minimaal een 6 gehaald.


Blijven zitten:
Om onderwijs aan onze school te kunnen blijven volgen gelden de volgende eisen:

  • leerlingen mogen maximaal 1 keer blijven zitten in dezelfde klas. Uitzondering hierop is na stapelen: in dit jaar is doubleren niet toegestaan.
  • mogen 1 keer zakken voor het examen doubleren van klas 10h/v is in principe niet mogelijk: een leerling stroomt altijd door naar 11-vwo-5, 11-havo-5 of 11-havo-4.
  • Doubleren van klas 12, oude structuur is niet mogelijk. Een leerling stroomt door naar 6vwo of 5 havo. Uitzondering hierop is na stapelen: in dit jaar is doubleren niet toegestaan.


Overgangscriteria Praktisch vmbo-t klas 7, 8 en 9

De volgende overgangsnormen passen wij toe op het eindrapport van het Praktisch vmbo-t:

  • Het eindcijfer komt tot stand door het gemiddelde te nemen van de resultaten van de perioden vaklessen van een bepaald vak. Er staat op het eindrapport dus maar één cijfer per vak.
  • Voor de toelating tot een hogere klas gelden de onderstaande overgangscriteria:

 

Voor de overgangscriteria verdelen we het programma in drie categorieën:

  • Kernvakken: Nederlands, Engels en *Rekenen
  • Overige theoretische vakken (en examenvakken in klas 9).
  • Praktische, kunstzinnige en bewegingsvakken.

Voor de overgang naar het volgende leerjaar binnen het praktisch vmbo-t geldt:

Hooguit één tekort in de kernvakken Nederlands, Engels en *Rekenen.

Hooguit twee tekorten voor de overige theoretische vakken.

Hooguit één tekort voor de overige praktische, kunstzinnige en bewegingsvakken.

*De status van rekenen is onder voorbehoud. Mocht het vak uiteindelijk niet in de slaag-zakregeling

worden opgenomen, telt het vak mee met de overige theoretische vakken.

 

- 4,5 ≤ cijfer <5,5 telt als één tekort.

- <4,5 telt als twee tekorten.

  • Wanneer een leerling niet aan de overgangscriteria voldoet, bepaalt de lerarenvergadering of de leerling daadwerkelijk blijft zitten of dat er advies gegeven wordt tot het volgen van een andere leerweg (op een andere school).

 

Blijven zitten:
Om onderwijs aan onze school te kunnen blijven volgen gelden de volgende eisen:

  • leerlingen mogen maximaal 1 keer blijven zitten in dezelfde klas
  • mogen 1 keer zakken voor het examen

Verandering van stroom van mavo/havo naar havo/vwo klas 8 naar 9

Op- en afstroombeleid van 8 naar 9


1. Criteria opstroom
De plaatsing van leerlingen in klas 7 gebeurt op grond van het basisschooladvies. Als in de middenbouw (klas 7-8) blijkt dat een leerling een verkeerd basisschooladvies heeft meegekregen, kan de lerarenvergadering adviseren een leerling in een andere niveauklas te plaatsen. Daarbij zijn twee mogelijkheden: opstroom naar een hoger niveau of afstroom naar een lager niveau. De klassenleraar en/of teamleider bespreekt het advies met de ouders/verzorgers. Uiteindelijk neemt de lerarenvergadering een definitief besluit over op- of afstroom. In de regel wordt het advies uitgebracht naar aanleiding van het tweede trimesterrapport in klas 8 en valt het besluit in de overgangsvergadering van klas 8 naar klas 9.


2. Criteria afstroom


2.1. Kwalitatieve criteria:
• De leerling kan onvoldoende zelfstandig werken
• De leerling vindt het moeilijk zijn werk te plannen


2.2. Kwantitatieve criteria:
• Leerlingen dienen voor de theoretische vakken gemeten op het laagste niveau gemiddeld een5,5 of lager te behalen.
• Leerlingen dienen voor de periodes op het laagste niveau gemiddeld een 5,5 of lager te behalen.
• De kunstzinnige vakken zijn gemiddeld onder 5,5 afgerond.


2.3. Besluit lerarencollege
• Het college beslist ook wanneer de leerling wel/niet voldoet aan genoemde criteria . Hetbesluit ligt bij het lerarencollege.


3. Opmerkingen
• Na elk rapport een voortgangsgesprek met ‘risico leerlingen’.
• Uitstroom dezelfde criteria als afstroom maar met uitstroom advies college.